Bil­jett in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˌbɪlˈjɛt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bil·jett
Pluralis: Biljetten n dat Bil­jett
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Intriddskoort
Nederlands:
Duits: