E­lek­troon in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˌɛː·lɛkˈtɾoːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: E·lek·troon
Pluralis: Elektronen n dat E­lek­troon
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nukleardeelken
Nederlands:
Engels:
Duits: