Bot­ter­fleeg in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbɔ·tɐˌflɛɪ̯ç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bot·ter·fleeg
Pluralis: Botterflegen f de Bot­ter­fleeg
[1]
perifere woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Botter + Fleeg