Foot­scha­mel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔu̯tˌʃɔː·məl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Foot·scha·mel
Pluralis: Footschamels m de Foot­scha­mel
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Foot + Schamel