Swa­droon in het Nedersaksisch

Uitspraak: /svaˈdɾoːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Swa·droon
Plural: Swa­dro­nen f de Swa­droon
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits: