kräf­tig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɾɛf·tɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: kräf·tig
kraftiger kraftigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kraft + -ig