An­nahm in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈan·nɔːm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: An·nahm
Pluralis: Annahmen f de An­nahm
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: an