School­raat in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɔu̯lˌɾɔːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: School·raat
Plural: School­rääd m de School­raat
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
olen Titel von de Schoolopsicht
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: School + Raat