Film­a­vend in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɪlmˌɔː·vənt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Film·a·vend
Pluralis: Filmavenn m de Film­a­vend
Pluralis: Filmavends m de Film­a­vend
[1]
perifere woordenschat
TV
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Film + Avend