Uitspraak in het Plat: /viːˑzklɔu̯k/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: wies·klook
wiesekloker wieseklookst
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: wies + klook