deepsinnig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɛɪ̯p·zɪn·ɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: deep·sinn·ig
deepsinniger deepsinnigst
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: deep + Sinn + -ig