Heegs­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛːçs·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Heegs·ter
Plural: Heegs­ters m de Heegs­ter
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
User:diginatur, CC BY-SA 3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
ekster
Engels:
Duits:
=
Elster