Knee­strump in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈknɛɪ̯ˌstɾʊmp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Knee·strump
Pluralis: Kneestrümp m de Knee­strump
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Ik harr Kneestrümp an.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Knee + Strump