e­ckig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛ·kɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: e·ckig
eckiger eckigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Eck + -ig