ood­mö­dig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɔu̯tˌmøːy̯·dɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ood·mö·dig
oodmodiger oodmodigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Moot + -ig