Uitspraak in het Plat: /tvʏʃn̩tiːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Twü·schen·tiet
Pluralis: Twü­schen­tie­den f de Twü­schen­tiet
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Tiet twüschen twee Tiedpunkten
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: twüschen + Tiet