Pinn­ha­mer in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɪnˌhɔː·mɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pinn·ha·mer
Pluralis: Pinnhamers m de Pinn­ha­mer
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pinn + Hamer