Bra­ken in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› braken ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈbɾɔːkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bra·ken
m de Bra­ken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Ast

Etymologie:

Woord afleidt van: Braak