Ge­pard in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɡɛ·pa͡ɐt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ge·pard
Pluralis: Geparden m de Ge­pard
[1]
geavanceerde woordenschat
biologische species
Nederlands:
Engels:
Duits: