Quarrholt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkva͡ɐˌhɔlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Quarr·holt
Plural: Quarrhöl­ter n dat Quarrholt
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
gebruikt in omgangstaal
joking
Waarschuwing: deze onderbeduiding is geen ernstige uitdrukking en zal in een eernstige context wal beter niet gebruikt worden.
Nedersaksisch:
Fiedel

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: quarrn + Holt