Liensaat in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈliːnˌzɔːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lien·saat
f de Liensaat
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Lien + Saat