on­nig in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› önnig ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈɔ·nɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: on·nig
onniger onnigst
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
ordentlich
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: -ig