Gold­bloom in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɔltˌblɔˑu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Gold·bloom
Plural: Gold­blo­men f de Gold­bloom
Plural: Gold­blö­mer f de Gold­bloom
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Gold + Bloom