licht­har­tig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɪçtˌha͡ɐ·tɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: licht·har·tig
lichthartiger lichthartigst
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: licht + Hart + -ig