Koh­teek in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkɔu̯ˌtɛːˑk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Koh·teek
Pluralis: Kohteken f de Koh­teek
[1]
perifere woordenschat
figuratief
biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Koh + Teek