Ku­kuuks­spee in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkuː·kuːksˌspɛː/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ku·kuuks·spee
f de Ku­kuuks­spee
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kukuuk + Spee