Ma­nö­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak: /maˈnøː·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ma·nö·ver
Plural: Ma­nö­vers n dat Ma­nö­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Gest
Nederlands:
Duits: