Blick­steert in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈblɪkˌstɛː͡ɐt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Blick·steert
Plural: Blick­steer­ten m de Blick­steert
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Blick + Steert