Uitspraak in het Plat: /ˈkiːkˌlɔk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kiek·lock
Pluralis: Kieklöcker n dat Kiek­lock
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: kieken + Lock