to in het Nedersaksisch

[1]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
kenntekent en Tiedpunkt
Engels:
at
Duits:
=
zu
Examples:
[1] To Oostern gaff dat Regen.
[2]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
kenntekent en Resultat
Duits:
=
zu
Examples:
[3]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
kenntekent en Zweck
Duits:
=
zu
Examples:
[1] To 'n Troost kriggst du en Bontje.
[4]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
betagen op
Examples:
[1] He is en Broder to Harm.