Köhl­nis in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkøːy̯l·nɪs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Köhl·nis
Niet gebruikt het pluralis n dat Köhl­nis
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: köhl + -nis