Din­ten­fi­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɪntn̩ˌfɪʃ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Din·ten·fisch
Plural: Din­ten­fi­sch m de Din­ten­fi­sch
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Dint + Fisch