See­worm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛːˌvɔ͡ɐm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·worm
Plural: See­wörm m de See­worm West-Grupp, Westfälisch, Nordniedersächsisch, Märkisch, Pommersch
Plural: See­wör­mer m de See­worm Westfälisch, Märkisch
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + Worm