bi­weeg­lang­ in het Nedersaksisch

Uitspraak: /biːˈvɛːˑçˌlaŋ/
bijwoord
Afbreking: bi·weeg·lang
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: bi + Weg + lang