Feld­kööm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛltˌkøːy̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Feld·kööm
m de Feld­kööm
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Feld + Kööm