Hoff­steed in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɔfˌstɛːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hoff·steed
Plural: Hoff­ste­den f de Hoff­steed
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hoff + Steed