ka­p­taal in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ka·pˈtɔːl/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ka·p·taal
kaptaler kaptaalst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Kaptaal