quar­rig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkva·ɾɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: quar·rig
quarriger quarrigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
wenerlich
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: quarrn + -ig