rot­tenkahl in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɔtn̩ˌkɔːl/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: rot·ten·kahl
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Rott + kahl