Snat­ten­datt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsnatn̩·dat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Snat·ten·datt
Plural: Snat­ten­darts m de Snat­ten­datt
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: