würk­lich in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvʏ͡ɐk·lɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: würk·lich
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples:
Dat is nu würklich nich nett von di!

Etymologie:

Woord afleidt van: -lich