Kohgang in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɔu̯ˌɡank/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Koh·gang
Plural: Kohgäng m de Kohgang
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Koh + Gang