ver­gan­gen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /fəɾˈɡanɡn̩/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ver·gan·gen
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples:
Vergangen Week weer Oostern.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ver- + Gang