Mai­aap in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmaɪ̯ˌɔːˑp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mai·aap
Plural: Mai­a­pen m de Mai­aap
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev
negative Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Mai + Aap