bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: duf·fig
duffiger duffigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: duff + -ig