giet­zig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɡiːt͡sɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: giet·zig
gietziger gietzigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Gietz + -ig