Pan­tuf­fel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /panˈtʊ·fəl/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pan·tuf·fel
Plural: Pan­tuf­feln f de Pan­tuf­fel
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Public domain
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Puuschen
Engels:
Duits: