Snä­gel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈsnɛː·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Snä·gel
Pluralis: Snägel m de Snä­gel
[1]
perifere woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: