Hau­muus in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhaʊ̯ˌmuːs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hau·muus
Plural: Hau­müüs f de Hau­muus
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hau + Muus