Slacht­fest in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈslaxtˌfɛst/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Slacht·fest
Plural: Slacht­fes­ten n dat Slacht­fest
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: slachten + Fest